DE VLIEGENDE START VAN DE BRITSE COMPONIST HYWEL DAVIES
''Voor mij is de essentie van een compositie dat ze een andere betekenis heeft voor elk individu dat ernaar luistert. Heel dikwijls verschilt een muziekstuk als je er verschillende keren naar luistert. Daarom vertel ik hem liever niet al te veel over wat me aanzette tot componeren. Ik hou het mysterie graag intact.'' De 35-jarige Londense musicoloog en componist Hywel Davies werd ontdekt door beeldend kunstenaar Russell Mills (zie David Sylvian, Nine Inch Nails et alia). Hij vroeg Davies om een bijdrage te leveren aan zijn 'Undark'-project.
De elektronische bloedfrequenties en kloppende ritmes van Mills' Blood is climbing werden na ongeveer twee minuten onderbroken door een bloedstollend mooi en bijna klassiek middenstuk. De cellopartij maakte indruk en Davies kreeg het aanbod om een volledige cd op te nemen voor het Time Recording label. Het stuk Cold in the earth werd opgenomen in de Londense St. Anne & St. Agnes Lutherian Church. ''Mijn partner Janet Craig bestelde visueel werk van Russell Mills toen ze werkte voor de Royal Shakespeare Company'', zegt Hywel over zijn samenwerking met Russell Mills. ''Door haar ben ik in contact gekomen met Russ. Hij verzon de naam 'ghost cellos' voor mijn stuk. Ik speel zelf geen cello maar ik wou wel dat ik het kon...''
Als pril debuut en eerste kennismaking kon Cold in the earth tellen. De interesse van de muziekwereld was gewekt voor de Londense componist met Welshe achtergronden.
Hywel nam Apus apus op als voorproefje van de cd die in het najaar verschijnt. Het stuk prijkt op de jongste compilatie van Time Recording (Em:t 1197). Davies imiteert met fluit en elektrische piano de glijvlucht van een gierzwaluw. Wat doet een hedendaagse componist trouwens op een label van elektronische muziek? ''Ik was zelf ook verrast toen men mij vroeg om een album op te nemen voor Time Recording. Ik dacht dat hun output uitsluitend elektronisch was. Maar toen ik David van Time beter leerde kennen, realiseerde ik me dat er een doordachte, rode draad loopt doorheen hun producties. Ze staan open voor veel verschillende stijlen en expressievormen.Ik gebruik graag akoestische instrumenten omdat ze de geluiden voortbrengen die ik het best ken. Ik gebruik traditionele instrumenten al vind ik dat ik mijn werken uitsluitend kan creëren in een studio.''
TOEVAL
Davies maakt extreem minimale muziek die tegelijkertijd erg complex lijkt. Die paradox verkrijgt hij door het gebruik van toeval en aleatorische technieken, waardoor het kleinste stukje muzikaal materiaal ingewikkelde patronen en structuren voortbrengt. ''Ik laat me leiden door het toeval maar binnen zeer strikte parameters'', verduidelijkt hij. ''De fluitpartij in apus apus is op die manier ontstaan net als Cold in the Earth (of Ghost Cellos). Beide werken incorporeren het toeval volgens een door mij vooraf vastgelegd schema. In het geval van Cold in the Earth gaf ik alleen de toonhoogtes en de registers door aan de spelers met de richting waarin ze zich bewegen. De duur moesten ze zelf bepalen. De opnames zijn dus maar één van de vele mogelijke lezingen van het werk.''
Hywel haalt zijn inspiratie uit ideëen of dingen die weinig of niks met muziek te maken hebben. Zijn verbeelding wordt onder meer geprikkeld door natuurfenomenen. ''Ik meng graag natuurlijke 'ambient' geluidsbronnen met geschreven of gecomponeerd werk'', zegt hij. ''Ik ben ook wel beïnvloed door andere componisten. Maar ik ben niet goed geplaatst om te zeggen door wie of door wat. Ik bewonder veel componisten maar dat betekent niet dat ik met hen wil wedijveren of dat ik me door hen laat beïnvloeden. Mijn persoonlijke esthetiek wordt verwoord door één van de grote componisten van deze eeuw (ik zeg je echter niet wie!), die zei dat 'een componist de muziek moet schrijven die hij of zij wil horen.''
Of apus apus representatief is voor de cd die in het najaar verschijnt, kan of wil hij niet zeggen. De opnames van het album zijn nog volop bezig in de Square Centre Studios in Nottingham. ''Het is moeilijk om op dit moment te zeggen hoe het album zal klinken'', zegt hij over zijn cd-project. ''Het is in elk geval een kans voor mij om ideëen te realiseren die ik al lange tijd in mijn hoofd heb. Veel van mijn vrienden werkten mee aan het album. Sommige zijn muzikanten. Anderen niet...''
INSTALLATIE
Dat Hywel Davies binnenkort zijn debuut viert op digitale schijf, betekent niet dat hij als componist zomaar uit de lucht komt vallen. Na zijn muziekstudies in Liverpool en aan Keele University maakte hij de laatste jaren in kennerskringen al behoorlijk wat naam met scores voor opgemerkte dans- en theatervoorstellingen. Zijn recentste werk is een dansscore van 25 minuten in opdracht van Attic Dance die in juni in première gaat.
In november '96 componeerde hij de muziek voor What Night? voor David Justin, een choreograaf die op dit moment danst bij het Birmingham Royal Ballet. What Night? is een score voor een klein ensemble met klarinet, trombone, percussie, twee violen, cello en contrabas.
Hij voorzag Soundings, een installatie van Russell Mills en Ian Walton op het Bath International Festival 1995, van muziek. Soundings bevatte muziek voor een kleine, middeleeuwse dubbelharp - een replica van een instrument uit 1390 met twee sets van 24 snaren. ''Voor de muziek van deze installaties maakte ik in ruime mate gebruik van toevallige elementen'', legt hij uit. ''Ze waren ook zeer specifiek gebonden aan de installaties zelf. Het geluidselement werd opgenomen op zeven verschillende CD-R's: twee waren diepe basnoten (orgelpijpen van 16 voet) van het orgel van de Bath Abbey; twee waren verschillende stukken die gespeeld werden op middeleeuwse dubbelharp; en twee bevatten het gezang van een zanger met een zeer lage stem (ongeveer een octaaf lager dan de laagste noot van een cello). De opnamen werden simultaan en niet-synchroon afgespeeld en zouden niet in dezelfde volgorde kunnen herhaald worden gedurende veertig jaar.''
Elk element werd geordend omheen de installatie. In het geval van Soundings was dat een ondergrondse Victoriaanse opslagplaats (waar geïmporteerde goederen opgeslagen waren voor er belasting op betaald was). De plaats was 60 meter lang met een centrale gang van 3 meter en een plafond op 3 meter hoogte. Aan beide zijden van de gang waren 17 vierkante kamers. ''Het was er erg donker en met mijn muziek en Russell en Ian's installaties een zeer intense ervaring! Ik denk niet dat die muziek ooit uitgebracht wordt, al denk ik wel dat echo's ervan op mijn cd zullen kunnen opgevangen worden.''
MIDDELEEUWEN
Catching the Wind werd geschreven voor Andrew Laurence King, een virtuose bespeler van middeleeuwse harpen. ''Dat ging zo'', vertelt Hywel. ''Andrew concerteerde op een bepaald moment met Red Byrd. In het repertorium zaten een aantal werken van Landini (14e eeuwse Italiaanse componist). Ik nam als vertrekpunt voor Catching the Wind een stanza van een madrigaal van Landini waarin de zin 'Ogni stato di gente cerca vento' (Alle standen van mensen proberen de wind te vangen) voorkomt. Enkele jaren geleden schreef ik enkele composities voor instrumenten uit de vroege Middeleeuwen. Dat werkte zeer inspirerend voor mij omdat de toonsystemen beduidend ingewikkelder en gesofisticeerder zijn dan die van de huidige instrumenten. De toon en het timbre van vroege instrumenten is zeer delicaat, rijk en dikwijls zeer intiem. De bespelers van die instrumenten worden geacht te improviseren en voor de vuist weg te spelen.''
Tot nu toe hoorden we van Davies een cellopartij en een stuk voor fluit en elektrische piano. Is Hywel Davies een multi-instrumentalist? ''Ik wou dat ik een multi-instrumentalist was'', antwoordt hij. ''Alhoewel ik fluit speel op apus apus, toch was het de eerste keer in tien jaar dat ik dat instrument vastpakte. Ik ben hoofdzakelijk een klavierspeler met een zeer sterke voorkeur voor echte piano's. De Fender Rhodes Suitcase Piano is het enige elektrische of elektronische instrument dat ik bezit of bespeel, uitgezonderd dan het occasionele kerkorgel - maar dat tel ik niet mee...''
* De eerste cd van Hywel Davies verschijnt in het najaar op het Time Recording label.
Tekst: Peter Wullen