De omstreden Britse psychologe Celia Green riep in 'Advice to Clever Children' intelligente, jonge mensen op om haar Institute of Psychophysical Research in Oxford te vervoegen. Green had haar privé-instituut in de jaren zestig met eigen middelen opgestart om onderzoek te doen naar paranormale fenomenen. Gebrek aan geld en personeel zette haar aan om een ongewone, publieke oproep te lanceren. Green raakte in de academische wereld vooral bekend om haar controversiële studie 'The Human Evasion' waarin ze de traditionele psychologie en psychiatrie op haar kop zet.
Wie is gek? Wie is niet gek? De simpele kernvraag in 'The Human Evasion' verwijst niet naar een pathologische toestand. Celia Green onderzoekt het 'gek zijn van een persoon' in de
ogen van een samenleving. De klinische termen 'sane' en 'insane' kunnen - in tegenstelling tot de veel makkelijkere begrippen 'mad' of 'crazy' - moeilijk vertaald worden in het Nederlands. 'Gezond van geest' of 'ongezond van geest' lijken me veel te geladen begrippen. Laten we het daarom houden op de tegenstellingen 'redelijk-onredelijk', 'verstandig-onverstandig', 'zinnig of onzinnig'. Daarbij refereren we naar de betekenis die de samenleving aan deze termen verleent. Het individu is on-redelijk in de ogen van een redelijke maatschappij. Een samenleving pretendeert zin te geven aan een doelloos en zinloos individu.
Celia Green vertrekt van een paar simpele vaststellingen. Een redelijk mens -d.w.z. iemand die bij zijn volle verstand is - meent dat het nutteloos is om na te denken over dingen die hij niet begrijpt. Ten tweede heeft hij een ziekelijke interesse voor andere mensen. Die twee symptomen zijn verschillende maar onderling gelieerde aspecten van de reactie op de realiteit die Green de 'human evasion' noemt. De evasieve mens mist in al zijn redelijkheid en door zijn aangeleerd en doorgedreven normbesef een groot deel van de realiteit.
Onze positie in de wereld is er immers één van grote verwarring en onzekerheid. Niemand weet hoe het allemaal ooit begonnen is. Misschien gebeurde er miljoenen jaren geleden een enorme big bang of nog iets indrukwekkenders. We weten het niet. Er bestaat bovendien geen enkele reden om niet te geloven dat het allemaal even plots kan gedaan zijn. Voor de redelijk denkende mens is dat natuurlijk een loze gedachte. Maar dat is juist zo opmerkelijk aan redelijkheid.
De redelijke mens gaat er prat op dat hij onberoerd blijft door belangrijke zaken of gebeurtenissen. Hij is daarentegen wel sterk geïnteresseerd in onbelangrijke zaken. Hij refereert voortdurend naar zijn zin voor perspectief of naar zijn zin om de dingen tot hun werkelijke proportie te herleiden. Een zinnig mens denkt niet na en koestert geen emoties over het ongrijpbare universum. Hij ontkent met andere woorden de psychologische realiteit.
De functie van de samenleving? Zij houdt de geesten ver weg van de realiteit. Het hoofddoel van een samenleving is iedereen te laten leven in welvaart. Weldoorvoede mensen zijn niet eigenzinnig, zoeken geen doel of zijn ongeïnteresseerd in metafysica. De samenleving discrimineert elke doelgerichte actie en vervangt ze door genotsmiddelen. En genot kun je alleen maar bereiken als het individu levend en gezond gehouden wordt.
De samenleving waarborgt dus de rechten van het individu. Als dat zo is, dan is het voornaamste doel van een menselijk wezen om on-realistisch te leven. De samenleving houdt mensen weg van de realiteit en verschaft hen pseudo-doeleinden. Twee pseudo-doeleinden zijn gekend als 'een gezin grootbrengen' en 'zijn kost verdienen'. Beide verschaffen een persoon een ijzersterk alibi om niet te doen wat hij wil doen met zijn leven. Hij wil niet vrij zijn om te doen wat hij wenst te doen, dus dat is in orde.
Green gaat vervolgens via een ommetje langs de evasieve religie, de evasieve filosofie en de evasieve wetenschap op zoek naar een alternatief voor de 'geestelijke gezondheid' die de samenleving ons oplegt. De kenmerken die een redelijk mens het meest verafschuwt, zijn urgentie, eigengereidheid, onvoorwaardelijkheid en zelfredzaamheid. Het woord 'onafhankelijkheid' wordt hier niet gebruikt omdat het te misleidend is. In een redelijke samenleving betekent 'onafhankelijkheid' meestal 'je onafhankelijkheid van andere mensen tonen door iets te doen wat zij niet willen'. Het is meestal slechts een veiligheidsklep om de frustraties van haar leden te kanaliseren en hun uiteindelijke ultieme voldoening tegen te houden.
Een persoon met een gevoel van urgentie weet dat alles onzeker is uitgezonderd zijn eigen dood. Hij weet dat alles wat hij belangrijk vindt zonder uitstel moet uitgevoerd worden. Hieruit vloeien eigenzinnigheid en onvoorwaardelijkheid voort. Een persoon kan in een toestand van zelfredzaamheid raken door de gedachte aan zijn volstrekte eenzaamheid in het mysterie van het bestaan. Hij is niet zeker of er iemand anders bestaat en als het zo is, heeft hij alle redenen om te geloven dat hij niet de informatie bezit die betrekking heeft op zijn probleem.
Green komt vervolgens tot haar uiteindelijke probleemstelling. Is iemand in de geschiedenis van het menselijk ras ooit op een serieuze manier onredelijk geweest? Kant? Neen, zijn boeken zijn te lang. Einstein? Geïnteresseerd in het universum maar een slechte psycholoog. H.G. Wells? Hij zag in dat onderzoek gebaseerd is op het nemen van risico's maar hij verviel in sociologie. De beste kandidaten zijn Nietzsche en Christus. De ene werd gek. De andere werd gekruisigd. Maar dat hoeft niet tegen hen gebruikt te worden. Ze voelden zich allebei een beetje geïsoleerd.
In beide gevallen meenden de mensen dat het centrale element van hun denken aanzette tot menselijke omgang. In het geval van Christus werden de mensen aangezet om vriendelijk te zijn voor hun vrienden en voor hun naasten. In het geval van Nietzsche meenden ze dat ze aangemaand werden om laarzen te dragen en slaven te martelen voor het ontbijt. In beide gevallen is het duidelijk dat de heren Nietzsche en Christus in iets anders geïnteresseerd waren dan wezens van menselijke aard. Beide vingen een glimp op van een psychologische evolutie die men on-redelijk zou kunnen noemen. Nietzsche noemde die mogelijkheid 'Übermensch'. Voor Christus was dat het Vader-symbool: geen menselijk figuur maar een verwijzing naar de realiteit of naar de oorsprong van het bestaan.
De eindbeschouwing van Celia Green is vrij somber. De wereld zal altijd 'sane' blijven. Green beschrijft hoe ze in een droom mensen ontmoet in een onderaardse tunnel in het midden van de nacht. Een ijskoude wind waait door het hol. De bewoners van de tunnel hebben zich al lang neergelegd bij hun onverkwikkelijke situatie en gaan niet meer op zoek naar een uitgang uit het ondergrondse oord. De holbewoners willen niet vrij zijn. Ze willen niet wakker worden. Ze staren liever naar de scheuren in het plafond...
''The Human Evasion'', Celia Green, Institute of Psychophysical Research, Oxford.